Projecten

Het geven van hulp aan mensen is niet zo makkelijk als sommige  mensen denken. Het is best moeilijk, want wie help ik en waarmee?

Toen wij,  mijn man Henny en ik, in 1999 definitief de stap zette om naar Roemenie te gaan,  zijn we gelijk aan de slag gegaan.

Henny zijn humanitair bedrijfje werkte al maar ook ik had grootse plannen. We wonen naast een school (Clubul),  een school voor naschoolse opvang. Dat was hier al heel lang want voor de revolutie werkte bijna 100 % van de bevolding dus de kinderen hadden opvang nodig.  Er kwamen dagelijks mensen aan de poort of ik brieven wilde vertalen van het NL/DE/FR in het RO en omgekeerd maar het meest in het NL en DE. Het werd bijna een dagtaak.
Na overleg met de directeur van de Clubul kreeg ik een leslokaal die ik mocht gebruiken.
Ik moest alleen eerst voor de schoolinspectie uit Sibiu examen doen of ik het Roemeens wel genoeg beheerste om les te geven.
Op de dag van examen was ik echt heel nerveus terwijl ik dat normaal niet ben maar ja! Daar zaten vier inspecteurs achter de tafel en ik op een steoel daarvoor en ze stelden me een heleboel vragen van “wat ga je doen”?,  “hoe ga je dat doen”?
Dat duurde ongeveer een uur en daarna kwam het groene licht. “Het mocht” en het leslokaal mocht gebruikt worden voor NL les, beginners en volwassenen/handwerken/spelletjes club en tekenen, kleuren/theater, zang en dans en typeles. We hingen overal in het dorp uitnodigingen op voor de lessen en daarop werd massaal gereageerd. Jammer dat ik toen nog geen digitale camera had want ik heb wel foto’s maar niet digitaal dus kan ik ze niet op de site zetten.
Van de middelbare school hadden we 8 typemachines in bruikleen gekregen en de kinderen leerden typen met een lapje voor hun ogen.
Het was best wel een raar gezicht maar ook wel weer leuk. Ik weet nog van mijzelf dat ik als 12 jarig meisje naar de typeschool ging en op een  typemachine examen moest doen met een kap eroverheen.
Bijna niemand had in die tijd al een computer maar het zat er aan te komen dus was dat belangrijk.
Binnen een mum van tijd had ik 8 dagdelen per week en 60 leerlingen. Alle dagdelen zaten vol en het was fantastisch hoe de kinderen en volwassenen erop reageerden. Gelukkig had ik hulp van onze pleegdochter Ani want alleen had ik het nooit gered.
Met het theater hebben we, en ik ben met Katootje naar de botermarkt geweest, in het Nederlands ingestudeerd en dat hebben we ook diverse malen opgevoerd voor Nederlandse/Roemeense mensen die hier ook kwamen in onze omgeving voor humanitaire hulp/voor de ouders/vrienden/leerkrachten en anderen.
Jammer genoeg kreeg ik in  september 2003 een herseninfarct en moest  alles staken omdat ik gedeeltelijk halfzijdig verlamd was.
Gelukkig kon ik na een half jaar, in afgeslankte vorm ,  een gedeelte van het werk weer hervatten. Niet meer in de Clubul maar bij ons thuis tot 2005.
Daarna heb ik alleen nog maar les gegeven in NL en DE en dat doe ik nu nog.

Daarnaast doen we nog veel andere dingen zoals pakketten maken voor arme mensen met pasen en met de kerst als het mogelijk is.

Families helpen met budgetering “hoe kom ik rond met het geld wat ik heb”? en nog met vele andere dingen.